Hell of a ride 

We staan optijd op, het is bewolkt en dat maakt deze ochtend heerlijk koel . We wandelen met zijn drieën naar de centrale markt, op zoek naar de matatu’s. Want we gaan een ritje maken naar de village. In de village is een deel van het project Arise and Shine. We zijn gewaarschuwd voor een rit van een uur tot anderhalf met een matatu, een minibus, gevolgd door een uur met een Boda Boda over een niet verharde zand weg. Lees: veel zand. 

Er moet ergens bij de markt een standplaats zijn waar de matatu’s massaal staan. Ik vraag een jongeman om een richting, come come i’ll show you. We lopen een hoek om. Look there, that road, behind. Ik zie door de rumoerigheid en bedrijvigheid in de stad niet waar hij nou precies naar wijst. Maar oké in ieder geval recht door. Bij een rij marktkramen zie ik een straatje waarachter ik een standplaats ontdek. Hier staat het vol met matatu’s, hier moet het zijn. Ik vraag aan een random chauffeur of hij ons naar Kamuli kan brengen. No no another man, come. We lopen naar een andere matatu. Hier zitten al wat mensen in en het schijnt dat ook wij mee kunnen. Ik spreek een vaste prijs met de man af zodat ik niet voor verassingen kom te staan. 

We vertrekken en langzaam zoekt de chauffeur een weg door de stad. Ik zit voorin, dit heb ik aan de chauffeur gevraagd om de kans op reisziekte te verkleinen. Het helpt. Naast mij zit een ras echte Afrikaanse oudere vrouw gekleed in traditionele gekleurde kledij. 

Via de de rotonde, waar we linksom de draai maken wat toch vervelend blijft voelen, rijden we de stad uit. Ik heb geweldig uitzicht vanuit mijn VIP zitplaats. Het stelt mij gerust dat deze weg maar 2 rijbanen heeft dit keer! We rijden rustig aan, en de weg brengt ons voort door een heuvelachtig landschap. We gaan heuvel op en weer heuvel af. Later begreep ik ook waarom het zo rustig ging, de heuvel op rijden blijken de matatu’s niet goed in te zijn. Het is relatief rustig op de weg, af en toe komen we een andere matatu tegen. Maar meteen de eerste matatu die voor ons rijdt moet zonodig door onze chauffeur  ingehaald worden. Ik vond dat helemaal niet nodig. Vooral niet omdat ik niet verder kon kijken tot bovenop de heuvel. Daar hield mijn zicht op, en ook van de chauffeur schatte ik zo in. Dus wij naar die tweede rijbaan. Je hebt werkelijk geen idee of er een tegenligger aankomt! Bijna bovenaan, nog steeds op de verkeerde rijbaan, blijkt ons vervoer middel moeite te hebben met het laatste stuk van de helling en moet er flink geschakeld worden. We missen flink wat power en de matatu is overvol en idioot zwaar beladen. Tijdens deze laatste secondes doe ik een schietgebedje.Ik hoop dat ik dit overleef. 

We rijden weer op de juiste plek van de weg en voor ons zie ik het dal die een logisch gevolg is van de overwonnen heuvel. Prachtig uitzicht! 

Maar het genot van deze pracht verging mij snel omdat de chauffeur de matatu in zijn vrij zette en we de heuvel afstorte. Het voelt alsof we in een blik met houten wielen naar beneden rollen. 

Het laatste stuk leggen we af met een Boda. Deze Boda’s rijden niet zo rustig als in Jinja. De jongens weten dat het een flink stuk rijden is en dat het ze fysiek wat inspanning zal kosten om door het droge zand met gaten en kuilen te rijden in de altijd aanwezige brandende zon. Dus willen ze vaart maken. Veel vaart. Helaas weten ook zij dat de Boda niet tegen de heuvels is opgewassen en dus gaan ze heuvel af in de vrij. Dit gaat hard, ik schud van links naar rechts en probeer met alles wat ik in mij heb om mijn balans te houden. Ik heb zand in mijn ogen en het knarst tussen mijn tanden. Soms rijdt er een enorme vrachtwagen op ons af en besluit de Boda nog even een kuil te ontwijken waardoor ook wij recht op die wagen afrijden. Er wordt flink heen en weer getoeterd. Dit is niet om op elkaar te fitten meen ik maar het is een ongesproken regel wat betreft afstemmen van het verlenen van voorrang. Maar dat is wat ik er van genaakt heb. Het loopt goed af. Elke keer weer. Maar mijn bloeddruk heeft het zwaar. 

It scared the hell out of me! 

We zijn in de village. Dit is een andere wereld. Een uur door de droge Bush verwijderd van een kleine stad. Hier is geen winkel, geen flessen water die je kan kopen. Een koud flesje cola kan je ook vergeten. Hier is alleen natuur met in de verte bomen. Smalle zandpaden met aan weerskanten hoog struikgewas of bananenbomen. Het landschap kan ik niet specifiek definiëren maar wel omschrijven als een uitgedroogde jungle. Het is droog en stoffig. Zonder gevaar voor wildlife. Maar met gevaar voor het aanrijden van geiten en enorme kuddes koeien. 

We stappen af van onze, bijna vastgesmolten, trouwe Boda. Vrijwel direct worden we verwelkomt door de directeur van de basisschool die aan aanwezig is daar waar wij onze weg door de Bush hebben beëindigd. Met een gevoelloze en plakkerige kont maak ik met deze meneer kennis. Ik begrijp niks van zijn naam. Hij gelukkig ook niets van mijn naam. 

The chief van het dorp leidt ons rond in het dorp en op de school. We mogen de klaslokalen bezoeken en krijgen bij elke klas een liedje toegezongen. Ik leg ze uit waar ik vandaan kom en hoe ik heet. De beste man probeerde met wat in zijn macht ligt onze namen te onthouden en uit te spreken. De naam van Nandani wil alleen steeds niet lukken. Het gaat van Nandandan naar Lalalandali. Ik probeer mijn lach in te houden. 

Op de terugweg besloot ik dat een minibus vanuit Kamuli ons een goede terugreis zou kunnen bieden. Dit dacht ik omdat deze robuust en stevig leek vergeleken bij de gebruikelijke Matatu’s. 
De pech was, merkten we later, dat deze bus veel zitplaatsen bood. Wat er dus gebeurde is dat we  anderhalf uur moesten wachten tot de wagen vol was gelden met mensen en elke stoel gevuld was. Wat een tegenvaller. Gelukkig had ik van te voren een Chapati, waarbij ik uitgelachen werd omdat ik er graag suiker op wou. Normaliter eet je deze met een gebakken ei erop of met groente en uien erin gebakken. Maar iets wat er uitziet en smaakt als een pannenkoek eet ik ook zoals een pannenkoek. Ze kunnen er van vinden wat ze willen maar ik had mijn maaltijd! 

Dat de terug reis met deze zogenaamd solide bus soepeltjes zou gaan verlopen bleek een illusie. It was worse! We waren nog maar net op weg en de bus stopt ermee. Halverwege een heuvel. Er wordt geschakeld, de voet gaat van het gaspedaal, de schakelbak lijkt het niet aan te kunnen en we rollen een stukje achteruit. Er komt een grote roestige waterpomptang bij kijken. In de bus wordt het rumoerig in de bus. Er wordt driftig gediscussieerd en overlegd. Ondertussen zweet ik weg. De deur gaat weer open en nu stappen een aantal mannen uit. Ik kan niet goed zien wat ze doen. Maar de bus lijkt na veel lawaai gemaakt te hebben nu weer vooruit te komen. Al rijdend springen de Afrikanen met gemak terug de bus in. Het duurt lang en we hobbelen verder richting Jinja. 

4 uur later ben ik weer thuis. I survived. Veilig in het kleurrijke en gezellige Jinja. Ik voel me thuis. 

Peace. 

Advertenties

Een Reactie op “Hell of a ride 

  1. Herkenning over de “wat eruit ziet als een pannenkoek eet ik als een pannenkoek”. Kom net bij een Marokkaanse mevrouw vandaan die de suiker al voor mij klaar had staan voorop de msemen. Zij lacht mij inmiddels niet meer uit…😊😊

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s